Abrona is een christelijke organisatie, gespecialiseerd in dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking. De 1.700 professionele en gedreven medewerkers en ruim 700 vrijwilligers zetten zich dagelijks in voor de cliënten. De nadruk ligt, daar waar mogelijk, op ontwikkeling. Samen met alle betrokken mensen in het leven van de cliënt, probeert Abrona een bijdrage te leveren aan het verwerven en behouden van een eigen plek in de samenleving. Met én voor de cliënt.
Zowel kinderen als volwassenen kunnen bij Abrona terecht voor ondersteuning bij wonen, werken, leren, logeren en dagopvang, en ambulante begeleiding. Ook biedt Abrona vele vormen van behandeling. Ongeveer 2.000 mensen met een verstandelijke beperking maken gebruik van deze diensten.
Daarnaast heeft Abrona een aantal bedrijfsmatige projecten waar mensen met een verstandelijke beperking werken, zoals een hotel, een eetcafé, een winkel en een kunstuitleen. De functie van deze projecten is om de ontmoeting tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking te bevorderen.
De woonvoorzieningen, dagbestedingscentra en bedrijfsmatige activiteiten zijn vrijwel allemaal gevestigd in de provincie Utrecht op eigentijdse locaties.
De slogan ‘personeel is ons belangrijkste kapitaal' wordt niet alleen met de mond beleden. In Abrona's gedrag is zichtbaar dat goede medewerkers aan de organisatie gebonden worden. Het behouden van het personeel heeft een hoge prioriteit. Medewerkers kunnen zich ontwikkelen en van hun talenten wordt gebruik gemaakt. Hierbij mogen ze goede coaching verwachten. De ontwikkeling is niet alleen op het individu gericht, maar ook op teams, opdat optimale prestaties geleverd worden. Je mag er van uitgaan dat de ander zich van jou bewust is, maar ook dat jij je bewust bent van de ander. Aandacht en erkenning zijn hierbij belangrijke trefwoorden.
Abrona wil een goede werkgever zijn, waar mensen graag werken. Er is sprake van een goed flexibel arbeidsvoorwaardenpakket, de functies zijn uitdagend en geven ruimte voor ontmoeting en ontwikkeling.
De organisatie is transparant en zorgt voor een goede informatievoorziening en communicatie. Het taalgebruik is helder en ook hier geldt dat je zegt wat je doet en doet wat je zegt.
De medewerkers vormen samen Abrona. Partnership met de organisatie is zowel op individueel als op collectief niveau vanzelfsprekend. De normen en waarden van de organisatie, zoals verwoord in de missie, zijn uitgangspunt. Integriteit, respect, betrokkenheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid zijn hierbij kernbegrippen naast ontmoeting en ontplooiingsmogelijkheden.Klantgerichtheid staat centraal. Hieronder wordt verstaan: de wens en het streven om de cliënten van Abrona en hun familie vanuit een vraaggerichte houding te ondersteunen en daarmee zoveel mogelijk in te spelen op hun wensen en behoeften. De ontmoeting met de cliënt en diens familie etc. staat hierbij centraal. De wensen en behoeften van de cliënt kunnen alleen goed begrepen worden als er zicht is op de geschiedenis van de cliënt. Ook is het heel belangrijk om samen met hem/haar naar de toekomst te willen kijken.
Partnership is hierbij een essentiële voorwaarde. Dit is het aangaan en onderhouden van relaties op basis van gelijkwaardigheid om vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid op constructieve wijze te werken aan het realiseren van beoogde doelen en resultaten. Vanzelfsprekend wordt de relatie vanuit de eigen professionaliteit aangegaan en onderhouden. Hierbij moet Abrona een juist evenwicht vinden tussen persoonlijke betrokkenheid en professioneel handelen, volgens de regels van de beroepsgroep in het kader van behandeling, begeleiding of dienstverlening.
Naast professionaliteit bestaat er een heldere visie op het kwaliteitsbewustzijn van alle medewerkers. Abrona streeft continu naar kwaliteitsverbetering van het eigen werk en dat van de afdeling/organisatie.
Tenslotte zijn integriteit en respect belangrijke kenmerken van de visie van Abrona. Hier kan Abrona ook op worden aangesproken. De trefwoorden van de missie (ontmoeting tussen mensen, respect voor het unieke van ieder individu, mogelijkheden voor ontplooiing) vormen hierbij de leidraad. Maar ook woorden als eerlijkheid, betrouwbaarheid, betrokkenheid en consistentie in woord en gebaar zijn belangrijke begrippen ter ondersteuning van Abrona's missie.Beleidsuitgangspunten
De beleidsuitgangspunten zijn een concretisering van onze missie. Abrona gebruikt hiervoor de 7 onderdelen van het Model Kwaliteitssysteem Gehandicaptenzorg. De uitgangspunten zijn verankerd in Abrona's missie. Ze fungeren als toetsstenen bij het vaststellen en het evalueren van het beleid.
Klantgerichtheid
Partnership
Professionaliteit
Kwaliteitsbewustzijn
Integriteit, respect
Belangrijkste kapitaal
Ontwikkelen van medewerkers
Ontwikkelen van teams
Aandacht en erkenning
Goed werkgeverschap
Communicatie
Partnership
Ontmoeting
Grenzen accepteren
Samenwerken
Netwerkorganisatie
Informatievoorziening
Partnership
Cyclisch denken
Ondernemerschap
Verandermanagement
Tevredenheid
Betrokkenheid
Ontmoeting
Prestatie oriëntatie
Externe oriëntatie, onderzoek en innovatie
Netwerkorganisatie
Wederzijdse afhankelijkheid
Relatiebeheer
Facilitaire voorzieningen en beheer
Financiële positie
Controle
Vakkundigheid
Open karakter
Zelfbewustzijn
Talenten en mogelijkheden
Abrona heeft de zorgvisie voor een aantal bijzondere doelgroepen verder uitgeschreven. In deze gevallen spreken we over een zorgcircuit.
Een circuit is een keten van voorzieningen voor een specifieke groep cliënten, met als doel de hulpverlening voor de desbetreffende doelgroep te coördineren, verder te ontwikkelen en de kennis en samenwerking rond die doelgroep te optimaliseren.
Dit op elkaar afgestemde netwerk van functies omvat allerlei zorgvormen, van advies en zorg aan huis tot intensieve zorg en/of begeleiding in een instelling.
Onder deze button vindt u de zorgvisie van de circuits: Jeugd, Autisme, Structuurbehoeftigen en Ouderen.
Sterrenberg
De Johannes Stichting in Huis ter Heide, die in 1928 werd geopend, was een inrichting van de gelijknamige Vereniging Johannes Stichting. Deze vereniging bestond toen al enige tijd (opgericht in 1887) en had als doel: 'de verzorging van verstoten, onverzorgde, hulpbehoevende, oude, zwakke of gebrekkige personen, hetzij gehuwd of ongehuwd'. De inkomsten voor het werk kwamen uit giften van diaconieën (de kerken), particulieren (families die voor hun familielid betaalden) en gemeenten (ondersteuning van armlastigen). De vereniging had een algemeen christelijke grondslag: er was verwantschap met de Nederlandse Hervormde Kerk en met de Gereformeerde Kerk in Nederland. Er werd voor gewaakt dat geen van beide kerken 'de overhand' zou krijgen.
De Vereniging Johannes Stichting is haar werk begonnen in Nieuwveen. Vanaf 1888 tot 1908 steeg het aantal verpleegden van 17 naar 123. In 1917 kocht de vereniging 18 hectare grond in Huis ter Heide. De eerste jaren gebeurde daar verder niets mee. In 1922 krijgt de inrichting in Nieuwveen inspectiebezoek van de GGD in Amsterdam. Dit bezoek is waarschijnlijk van grote invloed geweest op een beslissing van de gemeente Amsterdam. Tijdens dit bezoek constateert dr. L. Heyermans, directeur van de Amsterdamse GGD, dat de verzorging uitstekend is terwijl de gemeente Amsterdam voor de bewoners in haar eigen tehuizen het dubbele betaalt!
In 1923 wordt in het bestuur van de Vereniging Johannes Stichting voorgesteld om op de grond in Huis ter Heide een tweede inrichting te bouwen. In 1925 wordt opnieuw de relatie gelegd tussen Amsterdam en de Vereniging Johannes Stichting. Burgemeester en wethouders van Amsterdam stellen de gemeenteraad voor om aan de vereniging 500.000 gulden te lenen. Dit geld is bestemd voor de bouw van een tweede inrichting in Huis ter Heide. Dit onder de voorwaarde, dat van elke vijf vrijkomende plaatsen in Nieuwveen er drie worden bestemd voor 'Amsterdamse patiënten' met een maximum van 150. Later blijkt dat financiële motieven doorslaggevend zijn geweest. Vanwege de duurdere verpleging elders en in de eigen Amsterdamse tehuizen, werd gerekend op een bezuiniging van 60.000 gulden per jaar.
De eerste bewoners van de Johannes Stichting kwamen voornamelijk uit Nieuwveen. Zowel Nieuwveen als Huis ter Heide had een ‘tehuisfunctie', niet speciaal voor geestelijk gehandicapten, maar voor allerlei mensen die enige zorg of een bepaalde opvang behoefden. Het ging onder meer om zwak-socialen, epileptici, rand-psychiatrische mensen, soms ook om alcoholisten, ongehuwde moeders, zwervers of mensen met 'vreemd' gedrag. De bewoners werd gevraagd om naar vermogen mee te helpen in de twee tehuizen. Vandaar dat er naar verhouding ook altijd weinig personeel was: waar en voor zover dat mogelijk was hielpen de bewoners mee in de huishouding en in de tuinen.
De oorlogsjaren waren moeilijk: de ligging van het gebouw in Huis ter Heide (vlakbij het vliegveld Soesterberg) had een vordering door de Duitsers ten gevolge en de bewoners moesten verhuizen naar Nieuwveen. Gebrekkige verzorging (de middelen ontbraken grotendeels) en tekorten aan adequate voeding leidden tot veel ziekte- en sterfgevallen. Kort na de oorlog werd Huis ter Heide weer in gebruik genomen. Het gebouw was uitgewoond (zelfs Canadezen hadden er nog in gebivakkeerd). Al spoedig werd er weer hard gewerkt om de verzorging op het oude peil te brengen. De zorg in Nederland differentieerde zich echter steeds meer. Geleidelijk aan veranderde de Johannes Stichting in een tehuis voor geestelijk gehandicapten. Bij de intrede van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten moest er definitief een keuze worden gemaakt; voor het verkrijgen van een erkenning stond de Vereniging Johannes Stichting vanaf dat moment bekend als een 'zwakzinnigeninrichting'.
In 1970 werd de inrichting in Huis ter Heide grondig gemoderniseerd. Om dit zichtbaar te maken werd de naam van dit centrum op 14 maart 1973 gewijzigd in Sterrenberg; genoemd naar een statige villa, die vroeger bij het huidige terrein stond.
Willem de Jong Stichting
De Willem de Jong Stichting mag dan niet zo oud zijn als de Johannes Stichting/Sterrenberg, maar op het gebied van het kleinschalig wonen was deze organisatie wel een voorloper in de provincie Utrecht. Officieel is de Willem de Jong Stichting opgericht in 1962. Al eerder, in 1961, is een 'commissie ter voorbereiding van een Stichting tot Oprichting en Instandhouding van Christelijke Tehuizen voor Alleenstaande Geestelijk Gehandicapten' werkzaam. De commissie kwam bijeen om te praten over het ontwikkelen van 'een klein tehuis voor geestelijk gehandicapten'. In de commissievergadering van 25 oktober 1961 wordt besloten dat er een stichting gevormd kan worden. De commissie stelt voor om de stichting te vernoemen naar wijlen dokter Willem de Jong. De Jong heeft een zeer groot aandeel gehad in de totstandkoming van een goede ‘protestants-christelijke zwakzinnigenzorg in Utrecht'. Na toestemming van de naamgeving door mevrouw De Jong, wordt op 24 september 1962 de 'Dokter Willem de Jong Stichting' opgericht.
Huisarts de Jong woonde in Utrecht. Samen met zijn vrouw werkte hij met volle overgave in zijn praktijk. Ze kregen zes kinderen; zes jongens. Naast zijn gezin en drukke praktijk vond nog tijd om zich te richten op andere aspecten van het leven. Willem de Jong was een sociaal bewogen mens dat veel oog had voor zijn medemens. Hij voelde zich met name aangetrokken tot de mensen met een geestelijke handicap, mensen die hij in zijn praktijk ook veelvuldig tegenkwam. Door die betrokkenheid kreeg hij zitting in de hoofdbesturen van het Protestants Christelijk Nazorg Verband en van de Protestants Christelijke Vereniging Philadelphia. Hij onderhield nauwe contacten met het plaatselijk Christelijk Buitengewoon Onderwijs. Op 10 februari 1959, slechts 47 jaar, overlijdt hij. In een van de in-memoriam-berichten staat te lezen: 'Hoe heeft een mens dat allemaal kunnen doen?'
De voorbereidingen voor de tehuizen gaan in de geest van Willem de Jong verder. De Dokter Willem de Jong Stichting wordt in 1962 opgericht. Toch duurt het nog tot 1964 voordat het eerste kindertehuis, De Meyerhorst in Driebergen, kon worden geopend. Dit kindertehuis paste echter niet binnen de richtlijnen van de stichting en werd rond 1970 overgedragen aan Eemeroord in Baarn. Na 1964 volgen er meer kindertehuizen: Sparrenheuvel, Plantwijck, Lonas, De Biltse Grift, De Vuurdoorn, De Reiger, Faros, De Stegel, De Loever, Dreeslaan, Buurhuis en Logeerhuis De Bever.
In 1998 staat de fusie met Sterrenberg in Huis ter Heide voor de deur. De grote vraag van de directeur van de Willem de Jong Stichting, Nico Peelen, was: ‘Zal het ons lukken om de saamhorigheid die wij hebben binnen de Willem de Jong, ook binnen Abrona te krijgen? Ik kan mij niet voorstellen dat het ons niet lukt om binnen een aantal jaren de stichting Abrona dezelfde emotionele vlag te laten zijn waarbij de meeste medewerkers het gevoel hebben erbij te willen horen. Dit beïnvloedt geweldig het werkplezier van medewerkers en het werk- en leefplezier van onze cliënten. Er is mij veel aan gelegen dit streven te halen!'
Pagina 2 van 4