“Ik wil graag alles zelf doen, maar dat lukt niet altijd”
Op het balkon van zijn portiekflat staat Mathieu. Hij leunt tegen de reling, kijkt over het groen en rookt een sigaret. Eva is ambulant begeleider en betrokken bij Mathieu vanuit het VAK werkt(t)-team. Een samenwerking in Veenendaal waarin verschillende organisaties – waaronder Abrona – hun begeleiding bundelen. “Ja, ik wil wel stoppen hoor,” zegt Mathieu terwijl hij nog een trek van zijn sigaret neemt. “Mijn vriendin rookt ook en wil ook wel stoppen.”

Mathieu is 30 en werkt als beveiliger in voetbalstadions en bij evenement. Daarvoor reist hij door het hele land. “Ik werk voor FC Utrecht, Feyenoord en NEC Nijmegen. Ik kom echt overal. Ik zie dingen die normale mensen niet zien. Zo sta ik bij de hooligans en de fouillering. Drugs, alcohol… het komt allemaal voorbij. En soms loopt het uit de hand. Maar we worden goed getraind. Het is vooral de-escalerend werk.”
Eva ziet daarin meteen zijn kracht. “Mathieu is verbaal heel sterk,” zegt ze. “Hij kan zich goed staande houden, ook in een harde omgeving. Hij heeft humor en kan snel schakelen. Dat helpt hem enorm in zijn werk.”
Weinig ritme
Maar diezelfde Mathieu die daar stevig staat, loopt thuis tegen andere dingen aan. “Wat je bij hem ziet,” legt Eva uit, “is dat hij in zijn hoofd precies weet wat er moet gebeuren. Hij kan het ook goed verwoorden. Maar dat betekent niet automatisch dat het ook lukt om het te doen. En daar zit precies de uitdaging.”
Wat niet meewerkt zijn de onregelmatige diensten van Mathieu. Hij vindt de afwisseling van zijn werk eigenlijk wel prettig, maar het maakt het dagelijks leven wat ingewikkelder. “Ik heb eigenlijk nooit een vast ritme. Soms ben ik pas om drie uur ’s nachts thuis. Dan ga ik echt niet vroeg weer opstaan. En als ik periodes heb met minder werk, dan is er helemaal geen ritme. Dan kan het zijn dat ik om elf uur naar bed ga en de volgende dag pas om twaalf uur mijn bed uitkom. Gewoon pure luiheid.”
Ik kan het wel, maar het lukt niet altijd. Het is motivatie, gewoon beginnen.
Kleine stappen
Eva kijkt daar genuanceerder naar. “Het lijkt luiheid, maar vaak zit er iets onder. Als je geen structuur hebt en het overzicht mist, wordt beginnen heel moeilijk. Dan blijf je hangen.” Samen zoeken Eva en Mathieu naar houvast. “We maken het klein en praktisch. Wanneer ga je eten, wanneer doe je boodschappen, wanneer pak je iets op. Niet te groot maken, want dan wordt het alleen maar moeilijker. Het gaat om kleine stappen die je blijft herhalen. En om het vertrouwen dat het uiteindelijk lukt.”



Samen dingen oppakken
“Ik kan het allemaal wel. Echt”, benadrukt Mathieu. Maar het is motivatie. Gewoon beginnen. Maar dan zeg ik afspraken met Eva af omdat het niet gelukt is. Terwijl ik het juist goed wil doen.”
Eva herkent dat meteen. “Er zit veel schaamte onder. Hij wil het zelf kunnen, dus hulp vragen voelt soms als falen. Terwijl samen beginnen juist helpt om over die drempel heen te komen. Letterlijk naast iemand staan, de eerste stap zetten. We hebben weleens samen de was aangezet, een briefje opgehangen, dingen zichtbaar gemaakt. En vanochtend hebben we nog met muziek aan samen dansend schoongemaakt. Het klinkt simpel, maar dat is precies wat nodig is om in beweging te komen.”
Vroeger veel gepest
Mathieu is snel, direct en goed gebekt. Maar daarachter zit een ander verhaal. “Ik ben vroeger veel gepest. Met mijn linkeroog zie ik maar 30% en het staat anders. Ook was ik zwaarder. Klasgenootjes noemden me ‘sterrenkijker’ of ‘die dikke’. Ik heb toen een muur opgebouwd.
Eva ziet dat ook terug. “Hij kan veel oplossen met woorden. Maar daaronder zit iemand die het spannend vindt om zich echt kwetsbaar op te stellen.” Die muur wordt langzaam afgebroken. Mathieu: “Collega’s op mijn werk en om mij heen zeggen steeds vaker dat het niet uitmaakt hoe ik ben. Dat helpt wel.”
Familie als basis
Zijn ouders wonen dichtbij. Vooral de band met zijn moeder is sterk. “Mijn moeder is echt mijn engel.” Eva ziet hoe belangrijk die rol is. “Zijn moeder is een grote steun. Tegelijk kijken we samen hoe hij steeds meer zelf kan. Die balans is belangrijk.” Met zijn vader is het ingewikkelder. “Hij was vroeger veel weg. Ik kende hem eigenlijk niet. Pas later zijn we elkaar beter gaan begrijpen.”
Collega’s op mijn werk zeggen steeds vaker dat het niet uitmaakt hoe ik ben. Dat helpt wel.
Liefde en vriendschap
Naast zijn werk en begeleiding zoekt Mathieu ook contact met anderen. Dat doet hij onder andere bij de tosti- en lunchclub in buurthuis Panorama. Ondanks dat de meeste mensen een stuk ouder zijn dan hij, heeft hij een vriendschap opgebouwd met Nico. “Nico is echt mijn maatje geworden. We spreken ook weleens buiten de tosti-club en de lunchclub om en gaan bijvoorbeeld ergens eten.”
Ook heeft hij een vriendin. Hij leerde haar kennen in een eerdere woonsetting, daar waren ze buren. “Vanaf het begin hadden we een klik. We wandelen veel, maar daar heb ik niet altijd zin in. Dan sleept ze me mee naar buiten. We zijn nu 3,5 maand samen.”
VAK-werk(t) – een bijzondere samenwerking
De begeleiding van Mathieu loopt via het VAK werk(t)-team, een bijzondere samenwerking in Veenendaal waarin vier organisaties hun krachten bundelen: Abrona, Kwintes, Santé en Veens Welzijn. Binnen dit team ondersteunen begeleiders mensen aan huis, ieder vanuit hun eigen expertise. Juist die mix van kennis — van psychiatrie tot een licht verstandelijke beperking en welzijn — maakt dat de ondersteuning beter aansluit op wat iemand nodig heeft.
In de wijken Schrijverspark en Engelenburg kunnen inwoners via de Wmo gebruikmaken van deze begeleiding. De hulpvragen lopen uiteen: van eenzaamheid tot moeite met financiën, structuur of sociale contacten. Naast individuele begeleiding zijn er ook gezamenlijke momenten, zoals het eetcafé of de tosti-inloop, waar mensen elkaar ontmoeten en stap voor stap weer meedoen in de wijk.
Snel schakelen met elkaar
Eva werkt vanuit Abrona voor VAK-werkt(t). “Het is een klein team en we kunnen snel schakelen en niet te wachten op lange overleggen of procedures. We zitten wekelijks met elkaar aan tafel, ook met de gemeente. Als er iets speelt, kun je meteen overleggen en snel bij iemand zijn. En afschalen als het beter gaat. Je biedt wat nodig is, niet meer en niet minder.”
Samen iets organiseren in de wijk
Wat ze misschien nog wel het mooist vindt, is dat ze niet alleen individueel werkt, maar ook in de wijk. “In plaats van alleen te kijken wat je één op één kunt doen, kun je ook samen iets organiseren. Zoals een lunchclub in het buurthuis. Dan zie je dat mensen elkaar gaan helpen en zelfstandiger worden.”
Het laatste nieuws
Daphne: “Het voelde goed om weer echt op de groep te staan”
Daphne werkt inmiddels twee jaar als zorgadviseur. Daar houdt ze zich bezig met instroom, uitzonderingen en indicaties, zoals herindicaties voor de WLZ. Toch...
Jeffrey werkt in het groen: “Ik ben hier gewoon een collega”
Het is half tien uur ’s ochtends, pauze. In de kantine van Gemeentewerf Wijdemeren in Kortenhoef is het een in- en uitloop van mannen in werkkleding. Buiten strekt...
Willem woont sinds kort bij De Reiger: “Mijn bussen moesten mee”
De geur van vers eten komt je tegemoet wanneer aan het eind van de middag woonlocatie De Reiger binnenloopt. In...