Meest gestelde vragen over Wie betaalt wat bij Abrona

Wie betaalt wat als je bij Abrona woont? Dat staat in onze productdefiniëring. Op deze pagina vind je de meeste gestelde vragen over de inhoud van onze productdefiniëring. 

Meest gestelde vragen 

  1. Wat vindt Abrona belangrijk bij Wie betaalt wat bij Abrona?

In de productdefiniëring Wie betaalt wat bij Abrona zijn 3 dingen heel belangrijk: 

  • Wat weten we samen met cliënten en familie/informele netwerk te bedenken?
    • Cliënten willen meer zelf doen.
    • Door de ondersteuning in de omgeving van de cliënt te organiseren, kunnen familie, netwerk, vrijwilligers en maatjes goed betrokken worden.
  • Bij Abrona houden we ons aan de Wet Langdurige Zorg. Hierin staat welke kosten Abrona moet betalen en welke kosten een cliënt zelf moet betalen.
  • De nieuwe productdefiniëring is voor iedereen goed te begrijpen. Het is duidelijk bij wie je terecht kan voor vragen.

2. Hoeveel dagen mag je als cliënt op vakantie?

De Wet Langdurige Zorg zegt dat een cliënt 42 vakantiedagen heeft en maximaal 2 aaneengesloten verlofdagen per week. (dit werd vroeger weekendverlof genoemd) Als een cliënt meer dagen afwezig is, dan mag Abrona geen geld meer in rekening brengen bij het Zorgkantoor. Deze dagen zijn dus anders dan de vakantie- en verlofdagen die je krijgt van je werkgever of vanuit Dagbesteding.

3. Hoeveel dagen mag je ergens anders logeren?

Vanuit de Wet langdurige zorg mag je maximaal 2 aanééngesloten dagen per week op verlof (voorheen weekendverlof). Als een cliënt meer dagen afwezig is, dan mag Abrona geen geld meer in rekening brengen bij het Zorgkantoor. Deze dagen zijn dus anders dan de vakantie- en verlofdagen die je krijgt van je werkgever of vanuit Dagbesteding.

4. Wat zijn de tarieven bij een persoonlijk voedingsbudget?

De hoogte van het budget voor eten en drinken voor cliënten die zelf geld krijgen voor eten en drinken is:
Ontbijt:        € 1,75
Lunch:          € 1,75
Diner:           € 5,50

Let op:

  • Op sommige locaties kunnen cliënten zelfstandig koken. Een cliënt kan gebruik maken van een persoonlijk voedingsbudget als je dit het afgesproken in het ondersteuningsplan. Dit geld mag alleen aan voeding worden uitgegeven. 
  • Het persoonlijk voedingsbudget wordt altijd op de bankrekening van de cliënt zelf gestort. 
  • Bij ziekte vervalt het voedingsbudget en verzorgt Abrona de maaltijden als je bij Abrona verblijft.

5. Wat is het bedrag dat Abrona betaalt voor non-food (zoals afwasmiddel, huishoudfolie, boterhamzakjes) voor de woongroep

De locatie krijgt € 0,25 cent per dag, per cliënt voor producten zoals afwasmiddel en vuilniszakken.

6. Wie betaalt de waskosten voor de kleding en persoonlijke bed-, bad- en keukentextiel van cliënten?

Bij Abrona zijn er 3 manieren om de was te doen:

  • Een cliënt (of zijn/haar familie) wast de kleding.
  • Een cliënt wast zelfstandig (zonder begeleiding vanuit Abrona) met gebruik van de wasmachine en droger van Abrona.
  • MijnWaslijn / CleanLease doet de complete was voor de cliënt. De cliënt krijgt een rekening van CleanLease

Let op: Voor het zelfstandig wassen met gebruik van de machines van Abrona worden nog geen kosten gerekend. Hiervoor loopt een instemmingsaanvraag bij de CCA en CFA.

7. Wie betaalt de kosten voor het schoonhouden van het appartement van de cliënt?

Cliënten maken zelf hun appartement schoon. Soms met hulp van de begeleiding of uit het netwerk. Als een cliënt niet zelf kan schoonmaken en niemand kan hierbij helpen, dan doet Abrona dit. Als een client wil dat er vaker wordt schoongemaakt dan Abrona als standaard heeft of er worden extra schoonmaakkosten gemaakt, dan betaalt de cliënt dit.

8. Wanneer betaalt de cliënt zelf voor schoonmaakkosten?

Als een cliënt niet zelf kan schoonmaken en niemand kan hierbij helpen, dan doet Abrona dit. Als het appartement vaker schoongemaakt moet worden dan Abrona normaal doet, betaalt de cliënt de kosten hiervoor. Bijvoorbeeld als een cliënt vaker zijn appartement schoon wil hebben, of als het erg vervuild is doordat een cliënt begeleiding weigert. Ook dan betaalt de cliënt de extra kosten zelf. Op dit moment kan een cliënt zelf iemand inhuren om schoon te maken of kan dit inhuren via Abrona. Dit wordt gedaan door GOM.

Voorbeelden van schoonmaakkosten die extra in rekening gebracht kunnen worden:

  • Het schoonmaken van persoonlijke eigendommen.
  • Extra schoonmaakwerkzaamheden omdat cliënt zelf extra inventaris heeft aangebracht in de woning of badkamer, zoals een douchecabine of een vitrinekast die in boenwas gezet moet worden.
  • Extra schoonmaakkosten als gevolg van weigering toegang appartement en bv het ontstaan van viezigheid, schimmel of rookaanslag.

9. Wie betaalt de kosten voor de pedicure?

De cliënt is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar voetverzorging. Het zijn redenen dat een cliënt dit niet kan. Die redenen zijn:

  • Lukt het een cliënt door ziekte, een aandoening of omdat door ouder wordt niet om zelf de nagels te knippen en de voeten te verzorgen? Dan neemt de persoonlijk begeleider of een andere begeleider dit over.
  • Als een cliënt niet wil dat een begeleider zijn nagels knipt en verzorgt kan hij ook kiezen voor een pedicure om zijn nagels te knippen en verzorgen. De cliënt moet deze kosten dan zelf betalen.
  • Persoonlijke voetverzorging die de zelfzorg overschrijdt en door een pedicure wordt uitgevoerd worden betaald door Abrona (woonlocatie). Bijvoorbeeld het verzorgen van kalknagels, verwijderen van eelt of likdoorns.
  • Het begeleidingsteam kan, bij hoge uitzondering en met akkoord van de teamleider, een pedicure inhuren voor nagels knippen. Deze kosten betaalt Abrona (woonlocatie).
  • Sommige cliënten hebben om een medische reden voetverzorging van een pedicure nodig. De begeleider kan dan bij de arts verstandelijk gehandicapten (arts VG) of bij de huisarts om een verwijzing vragen naar een pedicure. De arts bepaalt of de verwijzing wel of niet wordt gegeven. Bij een verwijzing betaalt Abrona(B&E) voor de kosten van de medisch pedicure.

10. Bij wie kan ik terecht voor vragen over hulpmiddelen?

Binnen Abrona worden veel hulpmiddelen gebruikt. Zoals  rolstoelen, aangepast bestek, rollators en tilliften. De afdelingen ARBO, fysio- en ergotherapie hebben een gezamenlijk mailadres, speciaal voor vragen over hulpmiddelen. De vragen kunnen gesteld worden via hulpmiddelen [at] abrona.nl

Let op: Of een client in aanmerking komt voor een persoonlijk hulpmiddel, verdere informatie en kosten gaan altijd i overleg met de ergotherapeut, fysiotherapeut en/of de logopedist.

11. Welke soorten cliëntvervoer zijn er en wie betaalt hiervoor?

Uitgangspunt is daar waar een cliënt zelfstandig en/of met een familielid of verwant kan reizen, dit ook doet.

Er zijn drie soorten cliëntvervoer.
Dagbestedingsvervoer
Het dagbestedingsvervoer wordt geregeld via het Regionaal Vervoers Centrum. De kosten hiervan worden vergoed vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Let op: Zijn de reiskosten van en naar de dag- besteding hoger dan het bedrag dat Abrona hiervoor krijgt vanuit de Wet langdurige zorg? Dan betaalt de cliënt de extra reiskosten.

Medische taxiritten
Medische taxiritten worden door Abrona betaald. Abrona heeft voor de medische taxiritten een contract afgesloten met Van Rhijn Taxivervoer. Medewerkers kunnen via telefoon en e-mail de ritten reserveren, wijzigen en annuleren. De medische ritten worden geboekt op de kostenplaats van de locatie. (Vergeet deze niet door te geven bij je reservering.)

Privéritten
Privéritten (ritten die de cliënt zelf betaalt) kunnen allereerst via de Regiotaxi of via Valys worden aangevraagd. Mocht dat niet lukken, dan kan het ook via Van Rhijn Taxivervoer (geef dan duidelijk aan dat het om een privérit gaat) of een ander taxibedrijf aangevraagd worden.

12. Is het verstandig dat een cliënt een aanvullende zorgverzekering afsluit?

Het is in Nederland verplicht een basisverzekering af te sluiten. Het is aan de verzekerde zelf om te besluiten wel of niet een aanvullende verzekering af te sluiten. Abrona kan als organisatie niet zeggen of iemand aanvullend verzekerd moet zijn, dat is aan de cliënt zelf. Wel kan Abrona uitleg geven over hoe de zorg vanuit de Wlz georganiseerd is. Lees hier de aanvullende memo over het afsluiten van een aanvullende zorgverzekering. 
Tip: Een cliënt kan samen met een familielid/verwant en/of bewindvoerder onderzoeken of een aanvullende verzekering meerwaarde heeft.

Specifieke uitleg over aanvullende zorgverzekering:

Aanvullende zorgverzekering

  • Wanneer een cliënt met een indicatie Wet Langdurige Zorg (Wlz) verblijft inclusief behandeling, vallen veel vergoedingen onder de Wlz. Er kunnen persoonlijke redenen zijn om wel voor een aanvullende verzekering te kiezen, bijvoorbeeld voor hoorapparaten, bril, alternatieve behandelingen en fysiotherapie waar het “algemene paramedische zorg” betreft.
  • Mondzorg valt onder de Wlz en daarom is het niet nodig een tandartsverzekering af te sluiten.
  • Bij Volledig Pakket Thuis (VPT) inclusief behandeling, zijn de declaraties van huisarts en apotheek voor de basisverzekering en mondzorg voor de aanvullende verzekering en/of cliënt zelf.
  • De vergoeding van anticonceptie vanuit de Wlz wordt in Q1 en Q2 uitgezocht; indien dit niet onder de Wlz valt, is dit voor kosten van de cliënt zelf. Binnen de zorgverzekering valt dit onder de aanvullende verzekering.
  • Zorg van specialisten (ziekenhuis, kaakchirurg, revalidatiecentra) valt onder de basisverzekering.
  • Voor zorg die onder de basisverzekering valt, geldt wel het eigen risico. Het eigen risico wordt door de cliënt betaald.

Uitleg hulpmiddelen

  • Niet alle hulpmiddelen vallen onder de Wlz. Per hulpmiddel en soms per situatie of zorgprofiel Wlz (ZZP) moet gekeken worden of het hulpmiddel vergoed wordt uit de Wlz (Wonen of Behandeling), onder de zorgverzekering valt, voor eigen kosten van de cliënt is of bijvoorbeeld voor Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wia, via het UWV).
  • Hulpmiddelen als borstprothese of pruik, zijn voor de basisverzekering van de cliënt.

Uitleg paramedische zorg

  • Het betreft de disciplines fysiotherapie, ergotherapie, diëtetiek, logopedie en oefentherapie.
  • Aan behandeling vanuit de Wlz zijn criteria verbonden. Zo moet het gaan om Wlz- specifieke (niet specialistische) behandeling.
  • Paramedische zorg is voor de Wlz (en niet voor de zorgverzekering) als:
    Heeft de behandelaar specifieke kennis of vaardigheden nodig om de betreffende cliënt te behandelen? Het gaat dan niet alleen om de vraag of de behandelaar een aanvullende opleiding nodig heeft. Het kan ook zijn dat een bepaalde attitude nodig is. De kernvraag is: kan iedere algemene paramedicus deze cliënt behandelen? Zo niet, dan gaat het om specifieke paramedische zorg.
    - De paramedische zorg kan ook onderdeel zijn van de integrale zorg die de instelling biedt. Dat is het geval als er intensieve afstemming tussen de verschillende behandelaren, verplegenden en verzorgenden nodig is. De kernvraag hier is: kan de paramedicus zijn behandeling bieden zonder overleg en afstemming met de overige zorg? Zo niet, dan gaat het om specifieke paramedische zorg. 
  • Bij de vragen om ergotherapie, diëtetiek, logopedie zien we in de praktijk dat het altijd om Wlz- specifieke vragen gaan. Deze worden, altijd in overleg met en onder de regie van de Wlz-behandelaar, vanuit de Wlz vergoed.
  • Bij fysiotherapie en oefentherapie kan het zijn dat het gaat om een behandelvraag die van algemene aard is en niet Wlz- specifiek behandeld hoeft te worden. In dat geval gaat het om vergoeding vanuit de aanvullende verzekering en/of voor kosten van de cliënt zelf. 
  • We zien in de praktijk dat vragen voor fysiotherapie en oefentherapie bij ZZP 5 t/m 8 VG altijd Wlz- specifiek zijn, gezien de specifiek kennis op gedrag en/of fysieke beperking en de noodzakelijke integrale samenwerking rondom deze cliënten.
    We zien in de praktijk dat vragen voor fysiotherapie en oefentherapie bij ZZP 3 en 4 VG vaak Wlz- specifiek zijn.
  • Zorginstituut: Bij de huidige doelgroep van de Wlz is vrijwel altijd sprake van integrale zorg. Dat geldt niet altijd voor de doelgroep die op grond van overgangsrecht een Wlz-indicatie heeft.” (3)
    Het overgangsrecht betreft de cliënten die voor 2015 een verblijfsindicatie vanuit de AWBZ kregen (de financiering voor de komst van de Wlz). Met de komst van de Wlz is er strenger gekeken wie aan de criteria voor verblijfszorg voldoet; namelijk 24 uur per dag zorg in de nabijheid of met permanent toezicht, dit levenslang.
  • Abrona heeft in december 2021 een beslisboom opgesteld en gecommuniceerd over de afweging of de paramedische vraag Wlz-specifiek is of van algemene aard.

13. Bij wie kunnen cliënten terecht voor vragen over Wie betaalt wat bij Abrona?

In eerste instantie kunnen cliënten hun vragen aan de begeleiders van Abrona stellen. Samen met de teamleider weten zij in de meeste situaties het antwoord op de vraag. Als er zaken onduidelijk zijn of blijven kan er contact opgenomen worden met wiebetaaltwat [at] Abrona.nl